Wie jarenlang in de offshore-industrie heeft gewerkt, kent het traditionele model. Operationele kennis en expertise bevinden zich grotendeels op de asset zelf. Operators, engineers en specialisten werken weken achter elkaar offshore, omdat directe aanwezigheid lange tijd noodzakelijk was om processen veilig en betrouwbaar te kunnen beheren.
Dat uitgangspunt verandert.
We zien binnen Oil & Gas steeds vaker dat delen van de operatie vanaf land worden gemonitord, ondersteund en in sommige gevallen aangestuurd. Niet omdat offshore control rooms ineens verdwijnen, maar omdat technologie, connectiviteit en de manier waarop organisaties hun operatie inrichten het mogelijk maken om werkzaamheden anders te verdelen.
Remote Working is daarmee geen losstaand technologieproject. Het raakt het volledige operating model van een offshore-organisatie.
Waarom verschuift expertise naar land?
Een belangrijke aanleiding is de druk op beschikbaar technisch personeel. Ervaren operators en specialisten zijn schaars en het is niet altijd efficiënt om specialistische kennis permanent op iedere afzonderlijke FPSO of offshore-installatie beschikbaar te hebben.
Door expertise aan land te centraliseren, kan één specialist meerdere assets ondersteunen. Bij een storing of afwijking hoeft iemand niet eerst offshore gemobiliseerd te worden, maar kan direct vanuit een onshore locatie worden meegekeken.
Dat heeft ook gevolgen voor veiligheid. Iedere helikoptervlucht of transfer per schip die niet noodzakelijk is, betekent minder blootstelling van medewerkers aan offshore risico’s. Tegelijkertijd nemen kosten voor transport, verblijf en offshore bezetting af.
Maar misschien nog belangrijker: het maakt een andere manier van werken mogelijk. Een operator hoeft niet automatisch weken van huis te zijn om onderdeel van een offshore-operatie te kunnen zijn. In een markt waarin het vinden en behouden van technisch personeel steeds lastiger wordt, is dat een factor die niet onderschat moet worden.
Remote Working begint niet bij een beeldscherm aan land
In gesprekken over remote operations gaat het al snel over verbindingen, KVM, videowalls en remote access. Begrijpelijk, want zonder technologie kun je systemen offshore niet betrouwbaar vanaf land benaderen.
Toch begint een goede remote operation daar niet.
De eerste vraag is welke werkzaamheden je daadwerkelijk naar land wilt verplaatsen. Wie neemt welke beslissing? Welke informatie heeft een operator daarvoor nodig? Wat gebeurt er wanneer de verbinding wegvalt? Welke taken moeten altijd offshore uitgevoerd kunnen blijven worden? En wie heeft bij een incident uiteindelijk de operationele verantwoordelijkheid?
Pas wanneer dat duidelijk is, kan worden bepaald welke technische architectuur daarbij past.
Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk zien we nog regelmatig dat remote working pas relatief laat in een project wordt meegenomen. Dan moet een bestaande infrastructuur alsnog geschikt worden gemaakt voor een manier van werken waarvoor deze oorspronkelijk niet ontworpen is. Dat kan gevolgen hebben voor netwerkarchitectuur, cybersecurity, redundantie en zelfs voor de inrichting van de control room.
Daarom hoort remote operations wat mij betreft al tijdens de engineeringfase op tafel te liggen.
De control room krijgt een andere functie
Wanneer werkzaamheden van offshore naar onshore verschuiven, verandert ook de rol van de control room.
Een operator aan land kijkt mogelijk niet meer naar één installatie, maar krijgt informatie uit meerdere assets aangeboden. Tegelijkertijd kunnen engineers, onderhoudsspecialisten, management en andere disciplines dezelfde operationele informatie gebruiken.
Daarmee ontstaat een omgeving waarin veel meer informatie samenkomt dan in een traditionele control room.
Meer informatie betekent echter niet automatisch beter overzicht.
Juist bij gecentraliseerde operaties worden de inrichting van werkplekken, visualisatie, alarmmanagement en de manier waarop operators tussen systemen schakelen belangrijker. Wanneer een operator tijdens een verstoring eerst moet zoeken naar het juiste systeem of kritieke informatie tussen tientallen meldingen verdwijnt, levert centralisatie weinig voordeel op.
De techniek moet de operator ondersteunen in het maken van de juiste beslissing. Niet andersom.
Continuïteit wordt complexer
Een offshore control room die grotendeels zelfstandig functioneert, kent andere afhankelijkheden dan een operatie die vanaf land wordt aangestuurd.
Zodra een verbinding tussen offshore en onshore onderdeel wordt van het primaire proces, moet ook die verbinding met dezelfde kritische blik worden bekeken als andere operationele systemen. Wat gebeurt er bij uitval? Welke redundantie is aanwezig? Kan de operatie lokaal worden voortgezet? Is er een tweede locatie beschikbaar?
Hetzelfde geldt voor cybersecurity.
Door OT-systemen op afstand toegankelijk te maken, ontstaan nieuwe verbindingen tussen omgevingen die traditioneel sterk van elkaar gescheiden waren. Cybersecurity kan daarom niet achteraf als extra beveiligingslaag worden toegevoegd. Segmentatie, toegangsrechten, monitoring en de inrichting van remote access moeten onderdeel zijn van het operationele ontwerp.
Binnen een omgeving waarin productie 24/7 doorgaat, is een cyberincident immers niet alleen een IT-probleem. Het kan rechtstreeks gevolgen hebben voor beschikbaarheid en productie.
Van remote monitoring naar remote operations
De ontwikkeling naar steeds verdergaande remote operations zal niet bij iedere offshore-organisatie in hetzelfde tempo verlopen. Dat hoeft ook niet.
Voor de ene asset is remote monitoring een logische eerste stap. Elders wordt engineering support al gecentraliseerd of worden specifieke processen daadwerkelijk vanaf land aangestuurd. Uiteindelijk kan het aantal mensen dat structureel offshore nodig is daardoor steeds verder afnemen.
De interessante vraag is daarom niet of iedere FPSO volledig onbemand wordt.
Veel relevanter is welke werkzaamheden daadwerkelijk offshore moeten plaatsvinden en welke werkzaamheden veiliger, slimmer of efficiënter vanaf land kunnen worden uitgevoerd.
Dat vraagt om meer dan technologie alleen. Het vraagt om een goed doordacht samenspel tussen operatie, mensen, infrastructuur, cybersecurity en control room ontwerp.
Bij INTER werken we vanuit die samenhang. Vanuit onze ervaring met offshore control rooms en gecentraliseerde operationele omgevingen kijken we niet alleen naar wat technisch mogelijk is, maar vooral naar wat een organisatie operationeel nodig heeft.
Want uiteindelijk is Remote Working geen doel op zich. Het moet bijdragen aan een operatie die veilig blijft functioneren, ook wanneer de afstand tussen operator en asset steeds groter wordt.
Verder praten over Remote Working?
Benieuwd wat Remote Working kan betekenen voor jouw offshore operatie, FPSO of toekomstige project? Neem gerust contact op met Mark de Greef. Vanuit zijn ervaring binnen de internationale Oil & Gas-markt denkt hij graag mee over de mogelijkheden, aandachtspunten en keuzes rondom remote operations en onshore control rooms.
Neem rechtstreeks contact met Mark op of stuur hem een bericht via LinkedIn.